In de negentiende eeuw behoorde een bleke huid tot het schoonheidsideaal. Zonlicht moest dan ook vermeden worden. Bedekkende kleding en diverse hoeden waren de mode. Wellicht dat toentertijd de gevaren van teveel aan zonlicht – bewust of onbewust – al werden ingezien. Zeker is dat het ook een uiterlijk kenmerk was van de sociale status van een persoon. Zo gaf een bruine huidtint aan dat men een buitenberoep had. (Een minder goede baan dus). De sociale elite gaf daarom de voorkeur aan een bleke, niet gebruinde huid.

 

 

Zonnebrandcrème
In de vroege twintigste eeuw veranderde de mentaliteit ten aanzien van het bruin worden en de blootstelling aan zonlicht. Een gebruinde huid werd geassocieerd met vrije tijd en geld voor vakanties. Rond 1950 begon men echter in te zien dat een teveel aan zonlicht ook negatieve effecten heeft. De relatie tussen zonlicht en huidkanker werd ontdekt. Ook zag men in dat uv-expositie een belangrijke rol speelt bij huidveroudering. De huidige generatie wordt gelukkig opgevoed met deze kennis. Net zoals bij de kennis van negatieve effecten van roken, komt het besef dat zonaanbidding gepaard gaat met schade aan de gezondheid en tenminste huidveroudering tot gevolg heeft. Deels volgen mensen deze adviezen op, een deel blijft echter stug doorgaan.

Effecten van uv- straling
Uv-straling heeft verschillende effecten op de huid. Het onmiddellijke effect is verbranding, gevolgd door bruining. Deze bruining is het gevolg van activatie van pigmentcellen in de huid. Deze geven pigment aan de huidcellen, die op hun beurt het pigment als een paraplu boven het genetisch materiaal hangen. Op die manier beschermt de huid zich tegen uv-straling. Bruin worden is dus een beschermingsmechanisme van de huid om celschade te voorkomen. Op de langere termijn is het netto effect van een teveel aan zonlicht Photo-aging. Dit is de optelsom van rimpels, pigmentaties en slapper wordende huid. Ook kan onder invloed van een overdosis uv-straling huidkanker ontstaan zoals plaveiselcelcarcinomen of melanomen. Om deze effecten tegen te gaan heeft men sunscreens (antizonnebrandmiddelen) ontwikkeld. Het doel van het gebruik is een vermindering van penetratie van uv-straling in de huid. De eerste sunscreens werden in het begin van de vorige eeuw ontwikkeld. Amerikaanse militairen in de Tweede Wereldoorlog kregen al een vroege versie van sunscreens uitgereikt. In de daaropvolgende 30 jaar werden sunscreens verder verbeterd, waarna ze rond de jaren 70 steeds meer in gebruik komen bij de grotere massa. Een goede zonnebrandcrème moet aan een aantal eisen voldoen wil het een succesvol product zijn. Allereerst moet het product meerdere soorten uv-straling tegenhouden. De meeste commerciële sunscreens bevatten daarom twee of meer actieve ingrediënten. Daarnaast moet een formule ook werkzaam zijn bij normaal gebruik (2 mg per vierkante cm huid). Ook moet de formule cosmetisch aantrekkelijk zijn. Dermatologen kunnen wel het advies geven een goede zonprotectie te gebruiken, maar als de patiënt het niet prettig vindt om te smeren, zal het resultaat er ook niet zijn. Vooral mannen met een behaarde huid zij nogal eens geneigd minder te smeren. Hiervoor zijn voldoende alternatieven, zoals sunscreens in de vorm van niet-vette gels en sprays.

Uv-factor
Hoe zit het nu precies met de factor die op het etiket staat? De ‘sun protective factor’ (SPF) geeft aan hoeveel bescherming de zonnebrandcrème biedt. Het is een meetmethode voor de bescherming tegen uv-b-straling. Deze uv-straling heeft een relatief korte golflengte. Uv-b beschadigt vooral de oppervlakkige huid en geeft verbranding. Uv-b is voor een groot deel verantwoordelijk voor het ontstaan van huidkanker op latere leeftijd. De SPF is een laboratoriumgetal. Dit wordt berekend aan de hand van ‘minimum erythema dose’ (MED). De MED geeft aan welke hoeveelheid uv-b-straling nodig is om de huid rood te laten kleuren. Om de SPF te berekenen, wordt dezelfde MED bepaald met ingesmeerde huid. Wanneer de huid pas na twee uur rood wordt, dat is de SPF 4. U kunt dan vier maal langer aan uv-b worden blootgesteld voordat de huid rood kleurt. Maar let op: het gaat hier om de beschermingsfactor. Sommige mensen gebruiken zonnebrandcrèmes om langer in de zon te kunnen liggen, zonder te verbranden. Wanneer dit uiteindelijk toch resulteert in verbranding, is men natuurlijk nog steeds onverstandig bezig. Daarnaast zou een zonnebrandcrème ook bescherming moeten bieden tegen andere soorten uv-straling (uv-a). Dit is echter niet altijd het geval. Daardoor is het mogelijk dat u wanneer u langer in de zon blijft liggen (omdat u beter beschermd bent tegen uv-b), wel een teveel aan uv-a oploopt. Uv-a resulteert zowel in verbranding als in huidveroudering. Er is overigens nog geen overeenstemming hoe de bescherming tegen uv-a uitgedrukt moet worden in een getal op de fles zonnebrandcrème. De SPF is werkzaam bij een hoeveelheid van ongeveer 2 milligram crème per vierkante cm. Dit is de hoeveelheid crème waarbij de protectiefactor van de sunscreen wordt berekend. Als u ervan uitgaat dat de huid een oppervlakte heeft van circa 1,5 vierkante meter, is er ongeveer 30 gram crème nodig om de aangegeven protectie te halen.

Mechanismen van sunscreens
Sunscreens zorgen ervoor dat minder uv-straling de huidcellen bereikt. Hiervoor zijn er grofweg twee soorten mechanismen beschikbaar. Enerzijds verspreiding van het zonlicht, anderzijds kan het licht geabsorbeerd worden. Uv-straling valt op de huid bij blootstelling aan zonlicht. Nadat de huid egaal met zonnebrandcrème is ingesmeerd, wordt deze beschermd met lichtweerkaatsende partikels. Uv-straling die met het zichtbare licht meekomt, zal door deze partikels worden weerkaatst. Voorbeelden zijn zonnebrandcrèmes die zinkoxide of titaniumdioxide bevatten. Kijk maar eens op het etiket van het product. Dergelijke weerkaatsende filters noemt men ‘fysieke filters’. Een veelvoorkomend nadeel van deze crèmes is dat de huid er wit van wordt. Een andere manier om uv-straling tegen te houden is absorptie. Dit noemt men chemische filters. Het gaat hierbij om een complex proces waarbij het energieniveau van de uv-straling verandert, waardoor de straling een minder gevaarlijk karakter krijgt. Op die manier kan bijvoorbeeld uv-straling worden omgezet in infraroodstraling. Een voorbeeld van een chemische filter is de stof ‘oxybenzone’.

Ingrediënten
Octyl methoxycinnamate is een veelgebruikt ingrediënt in sunscreens, maar er zijn diverse stoffen die als werkzaam bestanddeel aan zonnebrandcrèmes worden toegevoegd. De stoffen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Bijvoorbeeld tegen welke soort uv-straling ze beschermen. Ook is een indeling mogelijk aan de hand van hun beschermingsmechanisme, zoals hierboven beschreven. Zo zijn zinkoxide en titaniumoxide vooral werkzaam tegen uv-a, oxybenzone tegen uv-a en uv-b en aminobenozoic acid (PABA) tegen uv-b. deze laatste stof is veel toegepast, maar geeft een grote kans op contactallergie en het verkleuren van kleding. Fysieke filters zoals zinkoxide en titaniumdioxide hebben het nadeel dat ze een witte kleur hebben. Hoe hoger de concentratie, hoe witter de kleur. Mensen vinden deze witte kleur vaak niet aantrekkelijk op een gebruinde huid. Vandaar dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van kleurloze, chemische filters.

Toepassing
Onderzoek toont aan dat mensen zonnebrandcrème niet goed gebruiken. De hoeveelheid van 2 mg per vierkante cm huid wordt in de praktijk nooit gehaald. Mensen gebruiken gemiddeld tussen de 0.5 en 1 mg per vierkante cm. Wanneer iemand zichzelf insmeert met factor 30, wordt in de praktijk vaak maar een effect van factor 8 tot 15 gehaald. Ook smeren mensen bepaalde lichaamsdelen slechter in dan andere plekken. Naast het feit dat zonnebrandcrème niet zuinig moet worden opgesmeerd, moet het ook om de 2 tot 4 uur worden aangebracht. Dit geldt des te meer bij sporten. Zonnebrandcrèmes zijn een hulpmiddel tegen huidproblemen, maar zeker niet de enige oplossing. Daarom wordt geadviseerd om naast het gebruik van sunscreens ook gebruik te maken van andere maatregelen die zonexpositie verminderen. Denk bijvoorbeeld aan het opzoeken van schaduw op de heetste momenten en het dragen van beschermende kleding. Het belangrijkste is dat er een gedragsverandering optreedt. Men moet zich bewust worden van de relatie tussen een teveel aan zonlicht en huidkanker/huidveroudering.

Toekomst
Er is dringend behoefte aan een nieuwe generatie sunscreens die met een lagere concentratie (dus minder dik smeren) hetzelfde resultaat bereikt als de huidige crèmes. Tegenwoordig komen er ook steeds meer producten op de markt die antioxidanten bevatten. Deze zouden schade aan huidcellen door uv-blootstelling kunnen verminderen. Ook zouden enzymen aan crèmes kunnen worden toegevoegd die het DNA van beschadigde cellen helpen te repareren. Zelfbruinende crèmes zijn ook een alternatief om een bruine tint te krijgen. Er zijn vele varianten van in omloop en ze zijn veilig in gebruik. Wel moet men zich realiseren dat de bruine teint geen bescherming biedt tegen celbeschadiging. Ze accentueren het huidige schoonheidsideaal van een gebruinde huid, dat symbool staat voor schoonheid en gezondheid. Vanuit dermatologisch oogpunt zou een bleke huid zonder zonbeschadiging echter weer in de mode mogen komen.

Nancy Peter

Nancy Peter

Nancy van Derma Clinic Vlodrop is schoonheidsspecialiste, permanente make-up specialist, visagiste, gewichtsconsulente en medisch pedicure.
img_5047
partner-logo01
provoet-klein-wit
procert-logo-zonder-tekst-wit-50
bgn_logo_rgb-2